Strafrechtadvocaten. Profiel van Willem-Jan Ausma

Ausma14web_2"Ik kom pas kijken als het feit gepleegd is. Zolang de mens bestaat wordt er al verkracht, gemoord en gestolen.” Met dit motto breekt Willem-Jan Ausma (Leeuwarden, 1968) zich het hoofd niet over de ethische kwestie ‘hoe kun je zo’n monster, een kinderverkrachter of erger nou verdedigen?’ Ausma: “In principe sta ik iedereen bij, ongeacht het delict. Ik vind dat je hooguit iemand kunt afwijzen als het zich in je eigen kennissenkring afspeelt.”

En een kroongetuige?

“Dat ligt anders. Dan moet je samenwerken met het Openbaar Ministerie, dat is een heel andere rol. Dan heb ik ’t er nog niets eens over dat het met die kroongetuigen tot nu toe altijd op een mislukking is uitgedraaid. Ik vind het niet zuiver als ik als strafrechtadvocaat zo iemand bij zou staan. Dat geldt ook voor het bijstaan van slachtoffers of nabestaanden: dat kan zomaar leiden tot belangenverstrengeling. Niet doen! Het moet voor iedereen duidelijk zijn waar je als advocaat voor staat. Wij hebben ons overigens wel bemoeid met de familie van Rinie Mulder, van de rellen in Ondiep, maar dat is een slachtoffer van overheidsoptreden, dat ligt anders.”

Ausma16webZijn kantoor bevindt zich in hartje Utrecht, de roots van Willem–Jan Ausma liggen in het noorden. Zijn vader was gemeenteambtenaar in het Friese Buitenpost. Eén opa was burgemeester, de andere zakenman. Van zijn zeventiende tot zijn vierentwintigste was Willem-Jan discjockey in de Ringo Bar in Veenklooster, toen ‘the place to be’. Onderweg daarheen passeerde hij talloze malen de plek waar zoveel jaren later (30 april 2000) Marianne Vaatstra vermoord zou worden. Een elitaire muzieksmaak kan Ausma overigens niet worden verweten: in zijn brede palet komt gerust een Nederlandstalig nummer en een piratenzender voor.

Als hij in Groningen rechten studeert (1989 tot 1995), loopt hij eerst in Buitenpost stage bij de tbs-praktijk van Marcel Wolters, later in Groningen bij De Haan. Zijn scriptie gaat over ‘bijzondere opsporingsmethoden’: dat begint in die tijd – net voor de IRT-affaire- een heet hangijzer te worden.

Na de studie gaat hij aan de slag bij Haulussy Advocaten, een klein kantoor in Rotterdam, waar hij de afdeling strafzaken nieuw leven inblaast. “Ik heb geen voorkeur voor bepaalde onderdelen, ook een fietsendiefstal kan interessant zijn. Een van mijn eerste grote zaken was een fraude met zogenaamde g-rekeningen. Mijn baas stond daarin de ene verdachte bij, ik de andere. Ik voerde toen een pleidooi waarvan de baas vond dat het onzin was, maar mijn cliënt kwam  vrij, die van hem niet.”

Ausma4webNet even een andere draai aan een zaak of aan een pleidooi geven is misschien wel het meest opvallende aan ‘advocaat-Ausma’. Het zal ook daarmee te maken hebben dat hij in 2008 door zijn collega’s werd uitgeroepen tot ‘beste strafpleiter van Nederland’ in het kader van De Gouden Zandloper,  uitgeschreven door de website www.advocatie.nl die jaarlijks de ‘stand van de advocatuur’ opneemt. Daarbij word je door collegastrafpleiters voorgedragen. Ze roemden hem “om zijn moderne, zakelijke uitstraling, zijn vasthoudendheid en zijn pleidooien met een kwinkslag. Maar ook is hij voor veel cliënten mens onder de advocaten.”

Ausma is dan allang zijn eigen praktijk begonnen, samen met Onno de Jong. Eerst in Nieuwegein, sinds begin 2008 aan de Maliesingel in Utrecht.

Aan ‘bekende zaken’ geen gebrek: Ausma verdedigde de man die veroordeeld is voor de moord op Ilona Németh; de afperser van Campina; Jason W. van de Hofstadgroep, maar bij het grote publiek is hij nog niet zo bekend als een Moszkowicz, Spong, Korvinus, Knoops, Kuijpers, de Ankers en noem maar op. Dat heeft voor een deel te maken met zijn leeftijd, voor een deel met de locatie (het grote liquidatieproces bijvoorbeeld gaat toch vooral om Amsterdammers), maar Ausma zoekt de publiciteit ook niet op. “Ik loop er niet voor weg, maar ik hoef niet zo nodig.” Hij schrijft liever. In het in december 2008 verschenen ‘Moord. Strafprocessen-van-de-eeuw’ staan twee bijdragen van zijn hand. In de regio-Utrecht is hij, nadat de illustere Piet Doedens er om gezondheidsredenen mee moest stoppen, wel veruit de meest toonaangevende advocaat.

`

Ausma12web_2

Het is maar het topje van de ijsberg dat de publiciteit haalt, het grootste deel van het advocatenwerk gaat over zaken waar de kranten niet veel meer dan eenkolommertjes aan besteden. In Utrecht is mensenhandel een veel voorkomend verschijnsel, maar zodra er allochtonen bij betrokken zijn neemt de interesse van de media – en het publiek – sterk af. Ausma: “Wat ik wel een aardige ontwikkeling vind is dat de oude Utrechtse penoze ons kantoor steeds beter weet te vinden.”

Waarom wordt iemand advocaat en geen officier van justitie? Als verslaggever erger je je soms aan de eenzijdigheid van sommige officieren, maar advocaten kunnen er ook wat van.

Ausma: “Dat is geregeld een punt van discussie. Een officier die het dossier niet kent, een rechter die geen tijd heeft, met als gevolg dat een verdachte onnodig lang in voorarrest blijft. Ik heb ook wel eens tegen zo’n officier gezegd dat-ie niet zo bóós moet doen. Dan hebben ze iets te veel het idee: wij staan in de strijd tegen de misdaad aan de goede kant, jullie aan de verkeerde. Ik doe mijn best wat wederzijds begrip te kweken. Ik geef geregeld cursussen, lezingen en workshops. Voor stagiaires en studenten. Wij bieden ook geregeld stageplekken aan voor ‘raio’s’(rechterlijk ambtenaar in opleiding, voor aspirant officieren en rechters). Als je zo iemand later tegenkomt merk je dat het goed is geweest dat ze iets hebben meegekregen van de dagelijkse praktijk van een advocaat.”

Meer informatie en contact: www.ausmadejong.nl

 

Jose26bwebWaarom nu pas?

Een de meest geruchtmakende zaken waar Ausma als advocaat bij betrokken was, is de zogenaamde Chaamse maïsmoord. Zijn cliënte is José, moeder van een zoontje van zes. Haar nieuwe partner Freddy beschuldigt haar van medeplichtigheid aan de moord als ze besluit de relatie met hem te beëindigen. Uit het dossier is eenvoudig te constateren dat ze niets met de moord van doen heeft gehad en dat ze het slachtoffer is van een pathologische leugenaar, maar met name de officier van justitie verzet zich tegen haar vrijlating.

In het boek “Moord. Topadvocaten schrijven strafgeschiedenis” schrijft Ausma:

“Tot mijn verbijstering concludeert de aanklager plotseling dat er onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van José bij de moord op Marita is. De officier van justitie eist vrijspraak!

“Waarom nu pas?” vraag ik. “Waarom haar eerst een jaar vasthouden? Waarom heeft u haar de mooiste jaren met haar kind ontnomen?”

Maar wat ik ook vraag, we krijgen geen antwoord.

Twee weken later wordt Freddy veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien jaar. José wordt vrijgesproken en van alle blaam gezuiverd.

Het is een mooi resultaat, maar met een nare bijsmaak.

Na het vonnis vliegt José mij om de hals.

Op de terugweg in de auto wordt op de radio een toepasselijk plaatje gedraaid: “It’s hard to say I’m sorry”.

Ik zou willen dat justitie dit eens ter harte neemt.”

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*


De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>